Outsiders in de gemeentelijke collectie
Onder de titel
Outsiders in de gemeentelijke collectie wordt werk van drie Hengelose kunstenaars gepresenteerd:
Henk Lamm (1908-1957),
Joop Plasmeijer (1942) en
Elis Baptiste (pseudoniem van H.C. Neleman, 1943-2000).
Drie kunstenaars die buiten de hoofdstroom, van wat in hun tijd als relevante kunst werd gezien, vielen.
Outsiderkunst is tegenwoordig de verzamelterm voor het bonte gezelschap, dat men eerder kende
als zondagschilders, naïeve kunst, kunst van geesteszieken, kinderen, primitieven, volkskunst
en art brut. Het werk van Henk Lamm en Joop Plasmeijer heeft zich in dat
circuit via tentoonstellingen, boeken en catalogi een zekere positie verworven, dat van
Elis Baptiste hoort er beslist niet thuis. Waar zowel Henk Lamm als
Joop Plasmeijer uitgaan van het beeld en de kleur, zoals wij die dagelijks in de
wereld rond ons kunnen waarnemen, is Elis Baptiste vooral bezig met de neerslag van de
talloze bijbelse en mythologische verhalen die onze cultuur dragen.
Met zijn werk vertelt Henk Lamm het verhaal van het innig samengaan van natuur en
eeuwenoude boerencultuur. Joop Plasmeijer richt zich op de wereld van de kleine luiden,
en vertelt van het klein geluk van eigen huis en stad met de vertrouwde, gekoesterde spulletjes.
Elis Baptiste baseert zich op de illustraties van de halfvergeten religieuze en
literaire cultuur die onze denkbeelden bepaalt.
Wat de drie exposanten verbindt is hun onvoorwaardelijk vasthouden aan de door hen gekozen weg en de
eigen beeldtaal. Ontwikkelingen of andere mogelijkheden in de beeldende kunst lijken hen niet te raken.
Lange tijd was de kunst van de renaissance allesbepalend. Nog tot ver in de 19de eeuw beschouwde men de
grote Vlaamse schilders van de 15de eeuw als primitief en dat was bepaald geen aanbeveling. Maar zo rond
1900 waren het juist de kunstenaars die aandacht vroegen voor afwijkende estetische waarden.
Zo maakte de schilder Courbet en later ook Chagall gebruik van volksprenten, keken Picasso en Braque
met meer dan normale belangstelling naar etnografische kunst en wist de autodidact
Henri Rousseau (de douanier) door te dringen tot de kringen van de avantgarde. Kort daarop veranderde
de kunst definitief en deden ondermeer expressionisme, kubisme en abstracte kunst hun intrede.
Sedertdien probeert iedere generatie opnieuw de kunst uit te vinden. En wie zich buiten de hoofdstroom
bevindt, door een andere opvatting, gebrek aan de juiste opleiding, of keuze van een alternatief
werkterrein, komt in een isolement terecht. Henk Lamm zou pas na zijn dood echt erkenning krijgen;
voor veel mensen was zijn werk in de tijd van ontstaan wat te simpel, bijna kinderlijk.
Elis Baptiste kreeg juist het verwijt dat hij te gekunsteld en te pietepeuterig was, terwijl hij een
halve eeuw eerder waarschijnlijk hogelijk geprezen zou zijn om zijn traditionele vakmanschap.
Henk Lamm werd opgeleid tot onderwijzer. Hij zal de nodige tekeningen naar voorbeeld
hebben moeten maken. Een hevige inzinking deed hem voor langere tijd in een inrichting belanden. Nadien,
de beruchte crisisjaren, voorzag hij in zijn onderhoud met zware grondarbeid via de werkverschaffing.
Hij woonde thuis. En daar, op een hoekje van de keukentafel, tekende hij een bijzonder oeuvre bijeen.
Hij nam het landschap rond Hengelo tot motief. En in die bescheiden landschapjes wist hij dat grote geheel
van mens, natuur en kosmos te vangen. Hij is geen topograaf. Het is niet de boerderij A. te B. die hij
vastlegt, hoewel hij wel degelijk uitgaat van het op zijn fietstochten aangetroffen beeld. Het gaat hem
om iets veel groters. Om het land met zijn eeuwenoude bewoning, die voelbaar en zichtbaar is in
akkers, bossen, wegen en hoeven. Om de kringloop der seizoenen, het wonder van de schepping, de
groeikracht van de natuur. Hij beleeft het aan zijn keukentafel. Werkt lang en geconcentreerd door op
zijn vodjes papier, met kleurpotlood en een beetje verf. Pas later kwam olieverf binnen zijn bereik.
Ook daarmee wist hij intieme en doorwerkte resultaten te boeken. Henk Lamm werd ontdekt door
Riemko Holtrop. Hij genoot van de contacten met andere kunstenaars, maar liet zich er niet door
beïnvloeden. Na zijn dood kreeg hij tweemaal een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam,
en daarmee heeft hij zijn plaats(je) in de Nederlandse kunstgeschiedenis verworven. Al is het dan
als outsider.
Joop Plasmeijer is een verteller in kleur en beeld. Hij staat dichtbij de traditie van
het prentenboek. Zijn olieverfschilderijen, die met grote precisie vervaardigd zijn, nodigen uit tot
kijken. Eerst is er het feest van de kleur. Dan het beeld: een Amsterdams stadsgezicht, een interieur,
een circustent. En vervolgens begint de ontdekkingstocht langs de talloze details. Aan elk detail kleeft
een verhaal. Vaak tonen zijn tafereeltjes de kleine man in zijn interieur. Man en vrouw.
De tafel met twee stoelen, glas in lood ruitjes, een kleurig vloerkleed, koektrommel op tafel,
portretjes aan de wand, fotoboek op tafel. Het leven in een notedop, het scheepje in de fles. Geheel in
zichzelf besloten, een beschutte wereld onder een glazen stolp. Maar er wordt wel degelijk gedroomd en
verlangd. De vensters geven uitzicht op de buitenwereld, en dat zijn zowaar weer schilderijtjes van
Joop Plasmeijer. Een gezicht op de grachten van Amsterdam bijvoorbeeld. Want hoewel al sinds zijn jeugd
woonachtig in Twente, het beeld van zijn geboortestad Amsterdam blijft een dominante plaats in het werk
innemen.
Het verhalende aspect, de voorliefde voor decoratieve patronen, de veelkleurigheid en de grote aandacht
voor het detail plaatsen hem in de traditie van de naieve kunst. Zijn raffinement in kleur en verfgebruik
en zijn bruisende fantasie maken hem tot een in die kringen toch weer uitzonderlijk schilder. Diverse
in outsiderkunst gespecialiseerde musea in heel Europa namen zijn werk op in overzichtstentoonstellingen
en catalogi.
Ook
Elis Baptiste is een verteller. Of beter gezegd hij is de illustrator van de vele
verhalen uit mythologie en bijbelse geschiedenis die wij vaak maar half kennen maar die niettemin
zozeer deel uitmaken van onze cultuur.
Hij tekent met een fijn pennetje. De stijl -maar ook de voorbeelden- waarvan hij zich bedient is
ontegenzeggelijk geïnspireerd door oude gravures van Dürer en tijdgenoten, de Italianen en
ook hun 19de eeuwse navolgers. Dat is verwarrend, de gehanteerde stijl werpt de kijker voortdurend
heen en weer tussen de verschillende eeuwen en tussen de verschillende verhalen. Want zelden beperkt hij
zich tot één verhaal. Altijd spelen bijbelse, mythologische, europese sprookjes en
freudiaanse fantasieën door elkaar.
Baptistes tekenwijze is monnikenwerk. De fijne lijntjes, die hij zonder ooit te haperen, met de pen zet,
hebben het aanzien van de met de burijn in het koper gestoken lijn. Nooit zal hij even uithalen,
altijd is er die gelijkmatigheid. De bladen zijn van top tot teen gevuld, de compositie is vaak knap
ingewikkeld. Hij hanteert verschillende doorkijkjes en combineert verschillende perspectieven.
Technisch gezien is het een knap staaltje werk.
Een virtuele tentoonstelling kan niet meer dan een kennismaking zijn. De poëtische kracht van de
kleurpotloden van Henk Lamm, de fonkelende edelstenen van verf van Joop Plasmeijer en de
fijne lijntjes van de pen van Elis Baptiste vragen er echter om van dichtbij bekeken te worden.
Peggie Breitbarth
September 2006
Naar zaaloverzicht